Als ik één vak mocht laten vallen...
Wiskunde
en ik hebben het gewoon niet zo met elkaar. Sinds ik het gedumpt heb voor de
talen, is het een beetje jaloers en probeert mijn leven op iedere mogelijk
manier een stuk lastiger te maken. Ik typ dit verhaal, zondag 17 juni 2012, met
mijn wiskundeboek op schoot, tussen de sommetjes door. Omdat ik aankomende
maandag (de vijfentwintigste) De Toets Der Toetsen heb. Dat noem ik nog eens
planning
Er zijn veel bovenbouwers die precies in hetzelfde
schuitje zitten als ik: in de onderbouw haalden ze fluitend een acht of negen,
nu moeten ze keihard knokken voor die voldoende. Wat is dat toch met wiskunde?
En, ook niet onbelangrijk: waar hebben we het later voor nodig, in naam van
alles dat heilig is?
Zoals ik al bekende in mijn “10 dingen die je nog niets
wist over Rosalie”, heb ik een rekenmachine nodig in de supermarkt, maar is
primitiveren no problemo. Kansberekening is een van mijn nachtmerries, maar ik
kan wel allerlei hoeken berekenen … beetje de omgekeerde wereld, ain’t it? Want
de hoek die de vriezer maakt met de vleesafdeling komt net iets minder van pas
dan hoeveel die 35% korting bij de Appie omgezet is in eurootjes.
Maar waarom, waarom is wiskunde dan zo belangrijk, dat we
nu zelfs geen onvoldoende meer mogen halen op ons CE? Waarom wordt het met
Nederlands en Engels gezien als een van de meest essentiële vakken van je hele
pakket. Waarom is het voor iedereen verplicht?
Ik besloot het eerst maar eens te googelen. Geen succes.
Blijkbaar wisten de mensen op fora en nieuwssites ook geen antwoord op deze
vraag die menig middelbare scholier bezig houdt. Daarom besloot ik op mijn
vader, de grote wiskunde-o-fiel, af te stappen en hem deze vraagstelling voor te
leggen.
“Wiskunde helpt je om de werkelijkheid beter de bevatten.
Je leert verbanden te leggen en je inzicht te gebruiken. Het is essentieel voor
iedere scholier […] en niet te vergeten een prachtig
vak, dat een belangrijke rol speelt bij iedere andere wetenschap.”
Aldus mijn vader. Ik moet zeggen dat ik me niet echt
gezegend voel met dit ‘prachtvak’ tho’. En ik denk dat velen zich pas echt
gezegend zullen voelen met een wiskundeloos profiel. Ik moet bekennen – voor mij is wiskunde wel
belangrijk. Ik, als mislukte bèta en wannabe alfa (ook wel bekend als ‘gamma’
heb ik me laten vertellen) wil later heel graag architect worden. En om dat te
worden, moet men bouwkunde studeren. Op de TU. Ruik je ‘m al? Wiskunde tot in
de oneindigheid! Maar behalve voor deze technische studies – en hoeveel mensen
kiezen daar nou uiteindelijk voor? Ik herinner me een voorlichting over de
studie werktuigbouw, en ik was het enige meisje. “Welkom bij
werk-tuig-bouw-kunde. Horen jullie hier allemaal? Ja, weten jullie zeker dat
dit het goede lokaal is? Allemaal even gecheckt? Oké, dan ga ik nu met mijn
presentatie beginnen.” Meisjes, wat zijn dat voor een wezens? – is wiskunde
voor velen meer een struikelblok en tijdverspilling dan een toegevoegde waarde
voor in de toekomst. Sorry, pa.
Ik zit nu al meer dan een uur te schrijven, terwijl ik eigenlijk
wiskunde zou moeten doen op dit moment (oké, ik beken, misschien moet ik dat
harige monster meer aandacht geven). Vandaar dat ik u nu ga verlaten en mijn
wiskundeboek weer tevoorschijn tover. Eenheidscirkel, brace yourself, ik kom
lekker met je klooien en het gaat je pijn doen.
Hakuna matata, en succes met de laatste
lootjes.
Niet mijn foto’s


